Transparant 1000°

Transparante kwast-glazuren

Inhoud: 473 ml en 3,785 L

Transparante dompel-glazuren

Inhoud: bidon van 3,785 L en emmer 11,36 L

De viscositeit van deze glazuren kun je meten met een viscositeitsbeker. Deze beker werkt als volgt: vul de beker volledig met glazuur. Aan de onderzijde bevindt zich een klein gaatje waardoor de vloeistof uit de beker loopt. Meet met een timer de tijd vanaf het moment dat de vloeistof begint uit te lopen tot de uitstroom stopt.

De ideale uitlooptijd is afhankelijk van het type viscositeitsbeker:

Witte beker: 19–22 seconden

Zwarte beker: 10–12 seconden

Inox (RVS) beker: 23–25 seconden

Gebruik je een areometer om de dichtheid te meten, dan is de richtwaarde 1,33.

Deze waarden zijn gebaseerd op biscuit dat is gestookt op 1060 °C en een diptijd van 1 seconde (1 seconde onderdompelen en onmiddellijk weer uithalen).

Houd er rekening mee dat de ideale viscositeit afhankelijk is van verschillende factoren, zoals de diptijd en de porositeit van de scherf. Hoe poreuzer de scherf, hoe sneller deze het glazuur opneemt. Is het biscuit op een lagere temperatuur dan 1060 °C gestookt, dan zal het poreuzer zijn en meer glazuur opnemen. Ook een langere diptijd zorgt ervoor dat een dikkere glazuurlaag wordt aangebracht.

Tip: Wanneer je het werkstuk uit de dipglazuur haalt, moeten de onderliggende kleuren of decoraties nog vaag zichtbaar zijn. Zodra de dipglazuur is opgedroogd, mogen deze niet meer zichtbaar zijn. Dit is een goede indicatie dat de glazuurdikte correct is.